cassatie-advocaat-berndsen-rondje

Mr. M. (Michael) Berndsen

CASSATIE ADVOCAAT

Mr. M. (Michael) Berndsen studeerde rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Utrecht en University of Victoria (Canada). Daarna volgde hij de tweejarige master Legal Research.

Hij is gespecialiseerd in cassatiezaken bij de Hoge Raad der Nederlanden. Mr. Berndsen wordt regelmatig door andere advocaten gevraagd om een cassatieschriftuur in te dienen. Daarnaast houdt zich mr. Berndsen zich bezig met strafzaken in feitelijke aanleg (onder meer cybercrime, zeden-, drugs-, gewelds- en moordzaken). Mr. Berndsen publiceert met enige regelmaat over het strafrecht in juridische vakbladen. In de zomer van 2015 verscheen in de Nieuwe Revu een profiel van mr. Berndsen als één van de nieuwe topadvocaten van Nederland.

Bekende strafzaken waarin hij heeft opgetreden zijn de Puttense moordzaak, de Rijswijkse moordzaak, de ‘moord zonder lijk’ (verdwijning van Henk Peters) en de zaak van de Wassenaarse ‘hockeygluurder’. Voorts staat hiernaast een selectie van cassatiezaken waarin mr. Berndsen de cassatieschriftuur heeft opgesteld.

Tijdens zijn studie was hij bestuurslid van de strafrechtelijke studievereniging Ad Informandum en liep hij onder meer stage bij Spong Advocaten.

Mr. M. Berndsen is aspirant-lid van de Vereniging van Cassatieadvocaten in Strafzaken (VCAS).

Uitspraken

CASSATIESCHRIFTUUR INGEDIEND DOOR MR. M. BERNDSEN

Hieronder vindt u een kleine selectie van arresten waarin mr. Berndsen als cassatieadvocaat is opgetreden:

ECLI:NL:HR:2017:1017, 15/05054, JIN 2017, 121 m.nt. C.J.A. de Bruijn; NbSr 2017, 250 m.nt. C. van Oort
Vervolg Vidgen-zaak. HR staat stil bij recht verdediging op een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om getuigen in enig stadium van het geding daadwerkelijk te (doen) ondervragen a.b.i. art. 6.3.d EVRM, i.h.b. t.a.v. getuige die onvoldoende concrete herinneringen heeft aan wat hij met betrekking tot wat aan de verdachte is tlgd., heeft waargenomen of ondervonden …
Meer

ECLI:NL:HR:2016:2458, 14/04516
Te stellen eisen aan appelschriftuur OvJ, art. 410 lid 1 Sv. Uit dit arrest blijkt dat een voorgedrukt formulier waarop de officier van justitie hokjes heeft aangekruist kan gelden als een schriftuur houdende grieven a.b.i. art. 410.1 Sv (zie ook de conclusie van de advocaat-generaal).

ECLI:NL:HR:2016:613, 15/00504
Strafrechtelijke vervolging na stadionverbod en geldboete door de KNVB. Schending ne bis in idem-beginsel? De HR gaat in op de voorwaarden voor en de gevolgen van het opleggen van een stadionverbod door de KNVB en het verbeuren van een geldboete aan de KNVB en komt tot het oordeel dat de toepassing van deze maatregelen door de KNVB niet kan worden aangemerkt als een criminal charge a.b.i. art. 6 EVRM…
Meer

ECLI:NL:HR:2015:1090, 13/02134
HR casseert veroordeling voor witwassen. Het Hof heeft geoordeeld dat het niet anders kan zijn dan dat de in de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde genoemde voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig zijn. Het Hof heeft vervolgens kennelijk niet aannemelijk geoordeeld dat vorenbedoelde voorwerpen onmiddellijk afkomstig zijn uit een door de verdachte zelf begaan misdrijf.

ECLI:NL:HR:2015:878, 13/03295, NJ 2015, 326
Profijtontneming. Hoofdelijke aansprakelijkheid. Art. 36e.7 Sr. HR beperkt de hoofdelijke aansprakelijkheid. Deze zal zich naar verwachting slechts in een beperkt aantal gevallen voordoen.

ECLI:NL:HR:2016:400, 14/04145, NJb 2016, 647
Slagende bewijsklacht. Deelneming aan een criminele organisatie, art. 140 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:264. Uit de bewijsvoering kan niet volgen dat de verdachte behoorde tot een op de handel van verdovende middelen gericht samenwerkingsverband en dat hij een aandeel heeft gehad in, of heeft ondersteund, gedragingen die strekken…
Meer

ECLI:NL:HR:2015:3490, 14/06214, SR-Updates.nl 2016-0039 met annotatie van J.M. ten Voorde
Slagende bewijsklacht opzettelijk behulpzaam zijn bij hennepteelt. Uit de bewijsvoering kan het opzet van ve op het behulpzaam zijn bij het telen van hennep niet worden afgeleid. De enkele omstandigheid dat ve ten tijde van zijn opruimwerkzaamheden “had moeten weten” dat hij schoonmaakte met als doel het voorbereiden van een volgende oogst, kan de gevolgtrekking dat ve opzettelijk bij een volgende hennepteelt behulpzaam is geweest, niet dragen.

ECLI:NL:HR:2014:639, 12/02631, NJ 2014, 190, NJb 2014, 740
Zaak moord zonder lijk. Art. 359a Sv. Verwerping verweer strekkende tot n-o OM. Onjuist p-v op ambtseed opgemaakt. Dat kan slechts dan tot n-o van het OM in de vervolging leiden, indien aannemelijk is dat door toedoen van de met opsporing en vervolging belaste functionarissen ernstige inbreuk is gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde en daardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte tekort is gedaan aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. ’s Hofs oordeel…
Meer

ECLI:NL:HR:2015:3431, 15/00046, NJ 2016, 22
Aangifte a.b.i. art. 69.2 (oud) AWR. De opvatting dat een aangifte die is gedaan n.a.v. ‘fictieve’ handel teneinde ten onrechte teruggaven van omzetbelasting te bewerkstelligen niet heeft te gelden als een bij de belastingwet voorziene aangifte a.b.i. art. 69.2 (oud) AWR omdat zo een aangifte niet ertoe kan strekken dat te weinig belasting wordt geheven is onjuist. Blijkens de wetsgeschiedenis is de strekking dat te weinig belasting wordt geheven niet beperkt tot de heffing ten laste van degene die zelf de verboden gedraging heeft verricht, maar dat beslissend is…
Meer

ECLI:NL:HR:2015:57, 13/04034
Slagende bewijsklacht verduistering. Proefrit op een fiets. HR herhaalt ECLI:NL:HR:1989:ZC8253, NJ 1990/256 inzake de betekenis van het begrip “zich wederrechtelijk toe-eigenen” a.b.i. art. 321 Sr. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan niet zonder meer volgen dat vd het in de bewezenverklaring bedoelde goed zich wederrechtelijk heeft toegeëigend.

ECLI:NL:HR:2014:3539, 13/06167, NJb 2015, 9
Oplegging taakstraf. Art. 22b.2 Sr. Mede gelet op de wetsgeschiedenis moet art. 22b.2 Sr aldus worden uitgelegd dat – afgezien van de in het eerste lid omschreven gevallen – een taakstraf i.g.v. veroordeling voor een misdrijf alleen dan niet kan worden opgelegd, indien (…) Gelet hierop is ’s Hofs oordeel dat het wederom opleggen van een taakstraf i.c. niet mogelijk is, onjuist.

ECLI:NL:HR:2014:3477, 13/06281
Witwassen. Het tlgd witwassen is toegesneden op art. 420quater.1 aanhef en onder b Sr maar het Hof heeft in de bewezenverklaring doorgehaald de woorden “heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van dat/die voorwerp(en) gebruik heeft/hebben gemaakt”. In de bewezenverklaring is aldus geen delictsgedraging opgenomen en het Hof heeft het bewezenverklaarde ten onrechte gekwalificeerd als “schuldwitwassen, meermalen gepleegd”.

ECLI:NL:HR:2015:3361, 14/05421
Diefstal elektriciteit en gas. Art. 310 Sr. Er is pas sprake van diefstal van elektriciteit en gas i.d.z.v. van art. 310 Sr door het verbruik daarvan door apparaten en installaties die zijn aangesloten op het elektriciteitsnet respectievelijk het gasnet. Het enkele aansluiten van een afgesloten elektriciteits- en gasvoorziening kan niet als het wegnemen van elektriciteit en gas i.d.z.v. art. 310 Sr worden aangemerkt.